Verkenning en twee X-curves

Het wordt tijd dat ik mijn werk overdraag aan jonge gasten. We krijgen daarbij komende maanden steun van het KNHM-fonds.

Wie willen we zijn als Regionaal Initiatief? Als Kracht van Utrecht? Hoe zie we onze teamopgave? Een puzzel oplossen! En: paden uitzetten, strategieen met draagvlak ontwikkelen. Doel: Een duurzame, volhoudbare modal shift in mobiliteit in onze stadsregio realiseren. Met het oog op plezierige en duurzame ontmoetingen over ons ruimtegebruik en verkeer & vervoer in onze stadsregio. Daar willen we aan bijdragen.

De teampuzzel van Maxwell

Kenmerken van onze opgave:

  • Domeinen lopen in elkaar over en hangen samen. Bijvoorbeeld het domein ruimte/wonen/werken genereert mobiliteit; de staat van de mobiliteit hangt samen met de invulling van het domein ruimte; en andersom
  • De vier spelers kunnen invloed hebben over de relaties tussen de domeinen en de invulling ervan
  • Hoofdrolspelers zijn mensen met al hun grillen/houdingen en opvattingen/acties. In onze ontmoetingen heeft uitwisseling en dialoog de voorkeur
  • Hoofdrolspelers zijn ook overheden op verschillende niveaus, bedrijven, kennisinstellingen, en de civil society van burgers. Overheden hebben van burgers het mandaat gekregen beleidskeuzes te maken en de uitvoering van beleid daarop in te richten. De Civil Society van burgers is een nieuwe component geworden in onze democratie.
  • In onderstaande Quadruple Helix zijn de vier spelers met elkaar verbonden. Op de elkaar overlappende vlakken doen zich belangwekkende ontmoetingen voor. Een uitdaging!
De Quadruple Helix: Hoe je vanuit verschillende werelden met elkaar in dialoog kunt gaan

De A en B-lijn in ons KvU-verhaal

In 2020 hebben we ons KvU-verhaal herijkt. Hier is ons verhaal gepubliceerd: https://www.krachtvanutrecht.nl/krachtvanutrecht/h/2171/0/10427/Ons-verhaal-en-onze-agenda/Wordt-dit-ons-nieuwe-verhaal-met-agenda-voor-regio—stad-Utrecht-

We kwamen uit op twee doelgroep ~ strategieën A en B: Een strategie vanuit betrokken burgers en experts gericht op aanbieden van onze zienswijzen bij regionale overheden. In onze webkrant en onze interne communicatie noemen we dit Verhaal “A”.

Daarnaast kennen we verhaal “B”: een strategie gericht op het informeren en activeren van burgers om plezier te krijgen / trots te worden op het in kaart brengen van individuele keuzes in de eigen verplaatsingen en in keuzes voor het gebruik van nabije ruimte in de directe omgeving. Dit is ons verhaal “B”. Verhaal B is geconcretiseerd voor wijkbewoners in Houten. Uit Antwerpen kregen we een eenvoudige online-tool aangereikt, de Modal Selfie, die we mogelijk als uitwerking van B in de stad Utrecht gaan inzetten. Met de Modal Selfie kunnen inwoners en bezoekers hun eigen Modal Shift in beeld brengen. https://modalselfie.be/

Verhaal A verdient nadere uitwerking. Nu de gemeente Utrecht in haar visie op ruimte en mobiliteit op weg wil naar een mobiliteitstransitie geven we de gemeente het voordeel van de twijfel. De richting is goed, maar de uitwerking kan overtuigender en aantrekkelijker. Daarom trekken we die lijn door: Utrecht is nu al in transitie. Dan wordt de vraag: Waar staat Utrecht in die mobiliteitstransitie? We stellen voor om daarvoor de X-curve van DRIFT/Erasmus als bril te gebruiken.

Een X-curve

De X-curve is in het transitiedenken een sleutel om te leren kijken en een opmaat voor het bedenken van strategieën om de transitie te versnellen. Mensen zien in de X-curve soms een dubbele S. Hoe ziet de X-curve er uit?

Derk Loorbach, directeur van onderzoeksbureau DRIFT uit Rotterdam zegt het zo Een transitie is een proces van fundamentele en onomkeerbare veranderingen in cultuur, (institutionele) structuur en werkwijze op systeemniveau. Het duurt ongeveer 25 tot 50 jaar voor een transitie volledig verwezenlijkt is. Transities vinden plaatsen binnen sociaal-maatschappelijke systemen als energie, mobiliteit, agricultuur en gezondheidszorg en zijn het resultaat van de co-evolutie van economische, culturele, technologische, ecologische en institutionele innovaties op verschillende niveaus. 

In 2009 hebben we vanuit ons regionale burgerinitiatief Kracht van Utrecht voor mobiliteit een toekomstschets gegeven voor een duurzame, volhoudbare mobiliteitstransitie met een schaalsprong in het regionale fiets&OV-(Trein, Lightrail, Bus) netwerk ten koste van de ontstuitbaar en almaar groeiende automobiliteit. Aanleiding om deze schets op te stellen waren onze inzichten om de afhankelijkheid van de auto te verminderen in weerwil van de plannen van de rijksoverheid voor het verbreden van snelwegen op de Ring Utrecht (o.a. door Amelisweerd).

We kunnen een X-curve benutten om aan te duiden welke veranderingen plaatsvinden voor het optimaliseren van de het autonetwerk en welke experimenten gaande zijn in het fiets- & OV-netwerk. De netwerken staan op grote aftstand van elkaar vanwege het verschil in het aantal afgelegde voertuigkilometers in beide netwerken. In het linkerdeel van de x-curve willen we de situatie van 2000-2010 vast leggen. Dit leidt dan tot het volgende beeld:

Situatie in stadsregio tussen 2000 en 2010

Wijzen of bewijzen?

In 12 jaar tijd zien we in Utrecht forse verschuivingen in het denken over mobiliteit per auto, fiets en Openbaar Vervoer. Maar dat wij dat zien is niet genoeg. We kunnen die verschuiving maar moeilijk niet hard maken en nauwelijks in cijfers uitdrukken. De gemeente Utrecht gaat nu weliswaar in haar mobiliteitsplan zover dat ze de afhankelijkheid van de auto wil verminderen, dat ze moeite hebben de drukte op het fietsnetwerk te managen, en dat ze voor 2 nieuwe tramlijnen en een nieuw IC-station 2 miljard aan gaan vragen bij het Landelijke Groeifonds. Maar dat is vooral een beleidsformulering, zonder een invulling waar de gemeente nu anno 2020/2021 staat.

Wat is nu de staat/stand van de mobiliteitstransitie in de stad? Wat is nu de staat/stand van de mobiliteitstransitie in de stadsregio? Welke sturing in transitie (welke strategieën) zijn nu denkbaar, wanneer we hier antwoord op kunnen formuleren? DRIFT-onderzoekers reiken ons tal van mogelijke acties aan.


Dan wordt het handig om de volgende zeven vuistregels uit het transitiedenken van DRIFT mee te nemen
· diverse partijen betrekken (multi-actor)
· sturen op verschillende niveaus (multi-level)
· afstemmen van beleid op verschillende terreinen (multi-domein)
· lange-termijn visie koppelen aan korte-termijn acties
· inzetten op vernieuwing (innovatie) én verbetering (optimalisatie)
· verschillende opties openhouden
· al doende leren en al lerende doen

Maar zover zijn we nog niet in de verkenning! Want de zeven vuistregels kun je toepassen in tal van sectoren. We kunnen veel leren hoe overheden en burges het in andere sectoren hebben aangepakt, welke successen ze hebben behaald en/of waar ze zijn gestrand. In de ervaringen in de Energietransitie zie ik heel veel verwantschap in het Position Paper van de Participatiecoalitie van burgeinitiatieven. Zo is er voor mobiliteit nog geen P-coalitie van regionale burgerinitiatieven in het zicht. Het is de Participatoecoalitie overigens wel gelukt de Tweede Kamer te verleiden tot een expert-meeting. Zie hier voor de livestream van het gebeuren op 27 januari 2021 https://debatdirect.tweedekamer.nl/2021-01-27/economie/oude-zaal/regionale-energiestrategieen-14-00/video

Is Utrecht dan een zeldzame witte raaf? Hoe kijken we naar Utrecht? Wie kijken naar Utrecht? Hoe kunnen we met provincie en regio kwalitatief en kwantitatief te duiden wat we zien gebeuren, door de visie op de lange termijn te koppelen aan relevante indicatoren, waarmee de staat van de transitie (de huidige stand van zaken) in kaart kunt brengen. Dat wil zeggen: Eerst de vraag stellen, welke informatie/data je nodig hebt om de staat van de transitie in kaart te brengen, al of niet in kwantitatieve zin. Ook indicatoren uit andere domein kunnen dan aantrekkelijk worden om te gaan benutten en te volgen.

Een tweede X-curve

Ook verhaallijn B is in in een X-curve vatten. Stel je de situatie 2000-2010 voor met buurten en wijken die geheel en al op de auto zijn ingericht. Grote parkeerplaatsen, shopping malls aan de ene kant van het spectrum.Aan de andere kant een buurt met een wekelijkse markt op het plein, makkelijk lopend of per fiets bereikbaar, en met tijdelijke parkeerplaatsen vlak bij de ingang om bewoners, die moeilijk ter been zijn, met de E-auto van Buurtmobiel af te zetten. Bijvoorbeeld winkelcentrum de Gaard in Noord-Oost. Welke kenmerken heeft zo’n buurtcentrum? Zien we een ontwikkeling in de stadsregio naar meer buurtcentra van dit type? Welke ontwikkeling wil de gemeenteljke overheid propageren. Welke buurtinitiatieven zijn er om samen de stad te maken. Hoe ziet dat Samen de stad maken eruit? En niet onbelangrijk: waar staan de inwoners op deze X-curve? Waar staan koploperbedrijven. En hoe onderzoeken kennisinstellingen deze X-curve in onze stadsregio Utrecht. Recent sprak ik een lid van Provinciale Staten van Utrecht en zij zei: Jan, dat klopt, als je wilt weten waar je naar toe wil, moet je ook weten waar je staat….

Wie doet er mee ? En heb je een voorkeur voor A of B?

Dit bericht is geplaatst in Coach. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.