Van wie is de straat?

Het boek het Recht van de Snelste van Thalia Verkade en Marco te Brommmelstroet heeft heel veel reacties opgeleverd. De actie “Geef de straat terug” van de landelijke Fietsersbond leidde tot 4000 reacties van straatbewoners in Nederland die wilden meedoen. Het organiseren van een eerste avond in de Utrechtse Poortstraat (“over de Toekomst van de straat) leidde tot een grote opkomst en een stortvloed aan suggesties waar Poortstraatbewoners aan wilden werken. Wat is nu eigenlijk de opgave? Van wie is de straat? Is die voor het “verkeer” of is die om er in te wonen?

De vraag “Van wie is de straat” kent veel aspecten. Het formele aspect leidt naar het eigendom van de straat. Dan kom je uit bij de gemeente. Het informele aspect leidt naar de bewoners van de straat, die een straat “kunnen maken of breken”. Dan denk ik nog niet aan woedende straatbewoners die stenen uit de straat gooien naar (ook) woedende omwonenden. Ik denk eerder aan de behoefte van straatbewoners naar onderlinge hulp in barre tijden.

In een ander blog omschreef ik dat de waarde van de Poortstraat tot uiting komt in de Poortpoetsers. Een groep mensen, die 4 x per jaar actief zijn in straat om te poetsen, te schoffelen, om fietswrakken op te ruimen. In het onderhouden van plantjes in plantenbakken en boomspiegels tot en met het bedenken waar bankjes in de straat zouden kunnen staan. Je bedoelt dat ene bankje dat in goed overleg met de gemeente aan het begin van de straat is neergezet waar opeens een verliefd stelletje ging zitten?

De waarde van een straat is af te leiden uit het collectief geheugen van een straat. Mensen die net in de straat zijn komen wonen weten daar alles van. Als ze gesetteld zijn horen ze de echte verhalen. Verhalen die de toenmalige verkoper of verhuurder van hun huis hen niet verteld heeft. Uit eigen belang om de overdracht (van eigendom) zo soepel mogelijk te laten verlopen. Echte verhalen zijn vaak gestapeld en aangedikt en hebben empathie nodig om op zijn merites te worden beoordeeld.

In de loop van de tijd hoor je ook van hoe straatbewoners een eigen netwerk hebben met buren of met andere wijkbewoners. Interessant gegeven is aan wie je je sleutel toevertrouwd en van wie je sleutel krijgt: bijvoorbeeld om tijdens een vakantie plantjes water te geven. Dat vertrouwen gun je vaak aan je directe buren, omdat je ze hebt leren kennen. Een verdergaand netwerk krijgt meestal de vorm van een buurtapp, die meerdere huizen in straat of buurt omvat. Meestal voor een concreet doel Bijvoorbeeld: met elkaar de rust bewaren, elkaar geen overlast aandoen

Wat weet de gemeente van het collectief geheugen van een straat, van een wijk? Stukjes geheugen heeft een gemeente natuurlijk, bijvoorbeeld de waarde van de huizen, wanneer je de WOZ-waarde van de huizen op de keper beschouwd. En een gemeente kan zorgen voor procedures, die het straatbewoners mogelijk maakt te reageren op vergunningsaanvragen van ondernemers of plannen van de gemeente zelf. De vraag is wie bij de gemeente in staat is aan de hand van die reacties een beeld te krijgen van het collectief geheugen van straat of wijk. Mogelijk beschikken de wijkbureau met wijkmanagers en wijkadviseurs over deze inzichten. De vraag is of de wijkbureaus zo’n ambtelijke opdracht hebben te vervullen. Wel heeft de gemeente Utrecht de beschikking over de resultaten van enquetes en panels, waarmee je als een monitor de temperatuur van een wijk en stad kunt proberen te meten.

Zo’n gemeentelijk monitor creĆ«ert inzichten in de contrasten tussen wijken in de stad. Inzichten op een abstract niveau, die vooral met een handelingsperspectief concreet gemaakt kunnen worden inzichten die voor wijkwethouders van groot belang kunnen zijn omdat zij middels wijkspreekuren voeling kunnen houden met straat en wijk.

De stelling: “Straatbewoners weten meer van de straat dan de gemeente” lijkt aantrekkelijk maar is makkelijk te ondergraven omdat bewoners en gemeente nu eenmaal heel verschillende kennis bezitten van de straat. Bewoners hebben ervaringskennis die in jaren is opgebouwd, de gemeente heeft vooral kennis en data die in data-systemen is vastgelegd.

Voorbeeld: Poortpoetsers hebben het van de gemeente voor elkaar gekregen om meer fietsklemmen in de straat geplaatst te krijgen, omdat zij vonden dat er teveel fietsen de doorgang op de stoep en op de straat beperkten. De gemeente heeft wel een fietsbeleid, waardoor er nog meer mensen gaan fietsen en er nog meer fietsklemmen nodig zijn. Welke Poortstraat bewoners trekken nu het eerst aan de bel? Bewoners uit dat deel van de straat waar het fietsparken een chaos is geworden, waar zij zelf de slijptol hanteren om fietswrakken op een stapel legt, die in goed overleg met de gemeentelijke ophaaldienst wordt meegenomen.

Van wie is nu de straat: Ja, een beetje van allebei: De vraag zou beter kunnen luiden: Als je een straat deelt: wat voor straat wil je eigenlijk zijn? Dan komt ook de vraag naar het hoe: Hoe zou je straat met elkaar kunnen delen en wat is hierin de bijdrage van de gemeente, van het wijkbureau en adviseurs? En ook: Wil je de straat wel delen? Wat deel je dan?

Dit bericht is geplaatst in Coach. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.