{"id":4695,"date":"2025-03-08T16:33:20","date_gmt":"2025-03-08T15:33:20","guid":{"rendered":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/?p=4695"},"modified":"2025-03-20T13:08:37","modified_gmt":"2025-03-20T12:08:37","slug":"actualisatie-een-woningbouwplan-is-hard-wanneer-het-omgevingsplan-de-bouw-van-woningen-toestaat","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/2025\/03\/actualisatie-een-woningbouwplan-is-hard-wanneer-het-omgevingsplan-de-bouw-van-woningen-toestaat\/","title":{"rendered":"Actualisatie\/correctie: Een woningbouwplan is hard wanneer het omgevingsplan de bouw van woningen toestaat."},"content":{"rendered":"\n<p>Wat is het effect van de omgevingswet. In deze wet wordt veel minder geregeld. Verbodsbepalingen worden vervangen door uitnodigingsplanologie, <strong>gestold wantrouwen wordt optimistisch vertrouwen. <\/strong>Met het omgevingsplan geeft de gemeente vorm aan een nieuwe opdracht: zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Een wet voor optimisten&#8230;.?<\/p>\n\n\n\n<p>Geen wonder dat de prijs van bouwgrond explodeert. In 1995 maakten de kosten van een bouwkavel nog zo\u2019n 20% uit van een nieuwe woning. In 2022 was dat al 60%. Bij een huizenprijs in dat jaar van gemiddeld 4 ton (inmiddels is dat \u20ac475.000) betekent dit dat de koper \u20ac240.000 aftikte voor een meestal toch al karig kaveltje. Bron: FD IBO-artikel Ed Groot.<\/p>\n\n\n\n<p>IBO-onderzoek WONINGBOUW EN GROND &#8211; OP GROND KUN JE BOUWEN | <\/p>\n\n\n\n<p><strong>Samenvatting<\/strong><br><strong>Doel<\/strong><br>Het doel van dit interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) is om de knelpunten van<br>de woningbouw in kaart te brengen. We onderzoeken verschillende instrumenten en<br>maatregelen om de knelpunten op te lossen. Op dit moment zijn er niet voldoende woningen<br>voor iedereen die een woning zoekt. Door de werking van de woningmarkt en het beleid van de<br>afgelopen jaren zijn er niet voldoende huizen gebouwd. Nederland zal veel huizen moeten<br>bijbouwen. In dit IBO bespreken we aan de hand van vier aangrijpingspunten de knelpunten: de<br>ruimte, de grond, de bouw en de afnemers. Voor elk van de knelpunten presenteren we<br>verschillende oplossingsrichtingen.<br>Knelpunten<br>Er is een grote woningbouwopgave en veel behoefte aan betaalbare woningen. De<br>Nederlandse bevolking groeit snel en het aantal huishoudens groeit nog sneller. Om ervoor te<br>zorgen dat we voldoen aan de woningbehoefte zijn er van 2022 tot 2030 ongeveer 981.000 extra<br>woningen nodig. Maar met meer woningen alleen lossen we het probleem niet op. Er is vooral<br>behoefte aan betaalbare woningen, die via nieuwbouw of doorstroming beschikbaar kunnen<br>komen, en geschikte woningen voor ouderen. We verwachten dat de vraag hiernaar zal toenemen.<br>Een woning is de afgelopen jaren voor mensen met een laag- of middeninkomen zelfs bijna<br>onbereikbaar geworden.<br>Er zijn nu onvoldoende plekken om huizen te bouwen. Ook zijn er te weinig haalbare<br>plannen. De huizenprijzen zijn flink gestegen, maar dat betekent niet dat er meer woningen zijn<br>gebouwd. Daarnaast wordt niet alle geplande woningbouw volgens de verwachting uitgevoerd.<br>Zonder genoeg haalbare plannen om huizen te bouwen, lossen we het woningtekort niet op. Het<br>hardmaken1 van woningbouwplannen is de laatste stap in een lang bestuurlijk<br>besluitvormingsproces. Hierbij wordt niet genoeg geluisterd naar de behoefte van de<br>woningzoekende.<br>Grond is duur en er is te weinig grip op de ontwikkeling van gebieden. Partijen; gemeente,<br>ontwikkelaar, grondeigenaar etc. zijn zeer afhankelijk van elkaar. De grondprijs is de afgelopen<br>dertig jaar flink gestegen en maakt een steeds groter deel uit van de prijs van een nieuwe woning.<br>De grondprijs gaat gemakkelijk omhoog, maar niet snel naar beneden. Als de grondprijs op een<br>hoger bedrag is vastgezet dan de actuele grondwaarde rechtvaardigt, komt de grond in de praktijk<br>niet beschikbaar voor het bouwproces. Gemeenten hebben minder grond. Daarnaast werken<br>instrumenten om waardestijgingen te benutten voor publieke investeringen niet goed genoeg.<br>Bij de ontwikkeling van gebieden zijn er financi\u00eble tekorten en sluit de capaciteit bij<br>ontwikkelende partijen en gemeenten niet goed aan op de vraag. Ondanks hoge<br>huizenprijzen zijn er tekorten op de grond- en vastgoedexploitaties. De stijging van huizenprijzen<br>zorgt weliswaar voor hogere opbrengstpotenties, maar werkt ook door op de verwervingsprijzen,<br>waardoor de kosten stijgen. Bij publieke en private onrendabele toppen speelt infrastructuur vaak<br>een grote rol. Infrastructuur is duur en kan vaak niet (volledig) worden gedekt uit de opbrengsten<br>van de gebiedsontwikkeling. Grote veranderingen in de vraag schaden de structurele capaciteit bij<br><br>IBO WONINGBOUW EN GROND &#8211; OP GROND KUN JE BOUWEN | <br>gemeenten en ontwikkelende partijen, waarbij vooral de ambtelijke capaciteit bij gemeenten een<br>knelpunt is.<br>Het verdienmodel van afnemers staat onder druk. Op de korte termijn hebben<br>woningcorporaties te weinig plekken om huizen te bouwen. Op de lange termijn hebben<br>woningcorporaties niet genoeg geld om te investeren in nieuwbouw. De huurinkomsten zijn<br>namelijk niet voldoende om de ontwikkel- en bouwkosten terug te verdienen. Daarnaast is het<br>voor beleggers ook moeilijker om geld te verdienen aan investeringen in vastgoed.<br>De knelpunten hebben met elkaar te maken, maar staan tegelijkertijd ook los van<br>elkaar. Er is niet \u00e9\u00e9n oplossing. De nood is hoog en er zijn te weinig woningen. Maar in de<br>woningbouw moet je ook rekening houden met de gevolgen op de lange termijn. Het afwegen van<br>die gevolgen kost nu eenmaal tijd. Met de juiste keuzes en maatregelen kan de overheid beter in<br>actie komen. Als de huizenmarkt goed draait, komt dit de maatschappij ten goede. Er is betaalbare<br>woningbouw nodig, maar dit betekent wel dat woningen minder geld zullen opleveren. Hierdoor<br>staat de waarde van nieuwbouwwoningen onder druk en is het lastig plannen financieel rond te<br>rekenen. De opbrengsten van de te bouwen woningen zijn niet genoeg om de kosten te dekken.<br>Kortom: een ingewikkeld probleem, waarbij veel zaken invloed op elkaar hebben.<br>Beleidsmaatregelen<br>Maak gebruik van regels en wetten die nu al beschikbaar of in voorbereiding zijn. De<br>gereedschapskist voor regie en sturing is al grotendeels beschikbaar. Bijvoorbeeld het<br>voorkeursrecht, waarbij de overheid het eerste recht van koop heeft. Je kunt ook denken aan het<br>eerder inzetten van onteigening, waarbij de overheid \u2013 onder zeer strenge voorwaarden \u2013 iemand<br>verplicht zijn grond te verkopen. Met de Nota Ruimte komt meer duidelijkheid over wat er waar<br>kan. Met het wetsvoorstel Regie worden afspraken over nieuwe woningen vastgelegd in de wet.<br>Hierdoor kunnen kwantitatieve en kwalitatieve doelen worden behaald.<br>Dit IBO beveelt een aantal mogelijke oplossingen aan. Deze oplossingen kun je niet los<br>van elkaar zien. Bij woningbouw heb je te maken met verschillende processen. E\u00e9n probleem<br>oplossen heeft geen zin als er bij een ander proces alsnog iets misgaat. Voor meer<br>nieuwbouwwoningen moet alles kloppen. Ten eerste heb je voldoende locaties en plannen nodig.<br>Ten tweede is er medewerking van grondeigenaren nodig en ontwikkelaars die de woningen gaan<br>bouwen. Tot slot zijn er partijen nodig die willen en kunnen kopen. Hierboven zijn de verschillende<br>problemen beschreven. Op basis hiervan adviseert de werkgroep om op al deze vlakken<br>maatregelen te nemen (zie figuur 1). Soms is er keuze uit meerdere maatregelen met elk hun<br>eigen voor- en nadelen.<\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><br>Samenvatting<br>Doel<br>Het doel van dit interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) is om de knelpunten van<br>de woningbouw in kaart te brengen. We onderzoeken verschillende instrumenten en<br>maatregelen om de knelpunten op te lossen. Op dit moment zijn er niet voldoende woningen<br>voor iedereen die een woning zoekt. Door de werking van de woningmarkt en het beleid van de<br>afgelopen jaren zijn er niet voldoende huizen gebouwd. Nederland zal veel huizen moeten<br>bijbouwen. In dit IBO bespreken we aan de hand van vier aangrijpingspunten de knelpunten: de<br>ruimte, de grond, de bouw en de afnemers. Voor elk van de knelpunten presenteren we<br>verschillende oplossingsrichtingen.<br>Knelpunten<br>Er is een grote woningbouwopgave en veel behoefte aan betaalbare woningen. De<br>Nederlandse bevolking groeit snel en het aantal huishoudens groeit nog sneller. Om ervoor te<br>zorgen dat we voldoen aan de woningbehoefte zijn er van 2022 tot 2030 ongeveer 981.000 extra<br>woningen nodig. Maar met meer woningen alleen lossen we het probleem niet op. Er is vooral<br>behoefte aan betaalbare woningen, die via nieuwbouw of doorstroming beschikbaar kunnen<br>komen, en geschikte woningen voor ouderen. We verwachten dat de vraag hiernaar zal toenemen.<br>Een woning is de afgelopen jaren voor mensen met een laag- of middeninkomen zelfs bijna<br>onbereikbaar geworden.<br>Er zijn nu onvoldoende plekken om huizen te bouwen. Ook zijn er te weinig haalbare<br>plannen. De huizenprijzen zijn flink gestegen, maar dat betekent niet dat er meer woningen zijn<br>gebouwd. Daarnaast wordt niet alle geplande woningbouw volgens de verwachting uitgevoerd.<br>Zonder genoeg haalbare plannen om huizen te bouwen, lossen we het woningtekort niet op. Het<br>hardmaken1 van woningbouwplannen is de laatste stap in een lang bestuurlijk<br>besluitvormingsproces. Hierbij wordt niet genoeg geluisterd naar de behoefte van de<br>woningzoekende.<br>Grond is duur en er is te weinig grip op de ontwikkeling van gebieden. Partijen; gemeente,<br>ontwikkelaar, grondeigenaar etc. zijn zeer afhankelijk van elkaar. De grondprijs is de afgelopen<br>dertig jaar flink gestegen en maakt een steeds groter deel uit van de prijs van een nieuwe woning.<br>De grondprijs gaat gemakkelijk omhoog, maar niet snel naar beneden. Als de grondprijs op een<br>hoger bedrag is vastgezet dan de actuele grondwaarde rechtvaardigt, komt de grond in de praktijk<br>niet beschikbaar voor het bouwproces. Gemeenten hebben minder grond. Daarnaast werken<br>instrumenten om waardestijgingen te benutten voor publieke investeringen niet goed genoeg.<br>Bij de ontwikkeling van gebieden zijn er financi\u00eble tekorten en sluit de capaciteit bij<br>ontwikkelende partijen en gemeenten niet goed aan op de vraag. Ondanks hoge<br>huizenprijzen zijn er tekorten op de grond- en vastgoedexploitaties. De stijging van huizenprijzen<br>zorgt weliswaar voor hogere opbrengstpotenties, maar werkt ook door op de verwervingsprijzen,<br>waardoor de kosten stijgen. Bij publieke en private onrendabele toppen speelt infrastructuur vaak<br>een grote rol. Infrastructuur is duur en kan vaak niet (volledig) worden gedekt uit de opbrengsten<br>van de gebiedsontwikkeling. Grote veranderingen in de vraag schaden de structurele capaciteit bij????<br>1 Een woningbouwplan is hard wanneer het omgevingsplan de bouw van woningen toestaat.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Wat is het effect van de omgevingswet. In deze wet wordt veel minder geregeld. Verbodsbepalingen worden vervangen door uitnodigingsplanologie, gestold wantrouwen wordt optimistisch vertrouwen. Met het omgevingsplan geeft de gemeente vorm aan een nieuwe opdracht: zorgen voor een gezonde en &hellip; <a href=\"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/2025\/03\/actualisatie-een-woningbouwplan-is-hard-wanneer-het-omgevingsplan-de-bouw-van-woningen-toestaat\/\">Lees verder <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[5],"tags":[],"class_list":["post-4695","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-coach"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4695","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=4695"}],"version-history":[{"count":8,"href":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4695\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":4775,"href":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4695\/revisions\/4775"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=4695"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=4695"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/jkdg.nl\/blog\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=4695"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}